Vorige week hadden we eigenlijk al de eerste les van Beeld en Concept voor de tweede periode. Maar omdat het toen verkort rooster was, hebben we eigenlijk niet veel gedaan. We hebben toen de opdracht gekregen en konden er eventueel een beetje over na denken.
De opdracht was om de keuze te maken uit 'van mij' of 'voor de ander'.
Bij 'van mij' ga je echt in op jouw beleving van iets. Bij 'voor de ander' wil je iets overbrengen, iets duidelijk maken aan de ander.
Na wat twijfelen heb ik gekozen voor 'voor de ander' omdat ik toch liever iets duidelijk wil maken aan de ander, en me niet zozeer wil richting op alleen mijn beleving.
Toen ik daar uiteindelijk uit was, moest ik ook nog een onderwerp kiezen. Ik had al een aantal opties, waarop ik uiteindelijk mijn keuze van positie heb gebasseerd, maar ik moest daar dus nog wel een keuze uitmaken.
Ik had genoeg ideeën, eigenlijk teveel, waardoor ik gewoon niet kon kiezen, of misschien gewoon niet de juiste keuzes had. Ik begon eens goed te kijken naar de ondewerpen die ik had, en ze waren allemaal best diepgaand, zoals angsten, emoties, energieën van mensen enz.
Uiteindelijk ben ik mezelf gaan stellen, wat doe ik in mijn dagelijkse leven, wat vind ik leuk om te doen.
Daar kwam o.a. lezen uit. 'Lezen' begon ik uit te pluizen, waarbij ik uiteindelijk op letters, woorde en zinnen terecht kwam. Maar ik wilden iets specifieker zijn, of juist iets ruimer, het is net hoe je het bekijkt en maakte er 'letters, woorden en zinnen in verschillende gedaanten' van. Iets heel ruims, maar hierbij had ik wel een goed gevoel.
Vandaag dan de eerst normale les en we begonnen met groepjes maken. In eerste instantie neigde we ernaar om een beetje de standaard groepjes te maken, maar uiteindelijk zijn we door elkaar gehusselt en zitten we met mensen in en groepje die we nog minder goed kennen.
Aan de ene kant wel heel fijn, omdat je dan vaak toch sneller echt zal zeggen wat je vindt en niet alles wel goed en wel leuk vindt.
We begonnen onze onderwerpen en onze plannen een beetje met elkaar te bespreken en de rest gaf daar dan commentaar en suggesties op.
Bij mij kwam er o.a. uit dat 'letters, woorden en zinnen in verschillende gedaanten' misschien wat té breed was. Ik zat daar zelf ook al een beetje aan te denken, maar door het commentaar van de andere werd ik me er echt van bewust. In het bespreken kwam bij mij ook vooral de lichaamstaal naar voren, dus heb ik het uitgedunt naar 'letters, woorden en zinnen van het lichaam'. Best lastig, maar wel een uitdaging en het lijkt me ontzettend interessant. Tegenwoordig staan we helemaal niet meer zo stil bij wat ons lichaam kan uitbeelden met bepaalde houdingen of uitdrukkingen. Is alles ook echt, of manipuleren we onze uitdrukkingen en houdingen. Worden de taal van het lichaam door omgeving, situaties of omstandigheden beperkt, bepaald of beïnvloed en ga zo maar door.
We moesten alvast beginnen met het bedenken waar we mee wilden beginnen. Ik denk dat ik in eerste instantie wil gaan kijken wat ik een beetje in het algemeen tegenkom in het dagelijkse leven qua taal van het lichaam. En dit wil ik dan uiteraard gaan gebruiken voor mijn eerste experiment voor volgende week in de les.